In het Biesboschmuseum kunt u alles zien over
de griendwerkers en levenstijl van die tijd.
De Biesbosch staat tegenwoordig bekend als recreatiegebied. Het
verdwijnen van eb en vloed maakte het gebied voor iedereen toegankelijk.
De vroegere ontoegankelijkheid, veroorzaakt door het getij, zorgde
er in de Tweede Wereldoorlog voor dat de Duitse bezetters het gebied
nooit onder controle hebben kunnen krijgen. De Biesbosch was een
ideaal onderduikgebied.
De plotselinge veranderingen in de waterhuishouding die de afsluiting
van het Haringvliet teweegbracht, had grote gevolgen voor de flora
en fauna in de Biesbosch. Ongeveer tegelijk met de afsluiting van
het Haringvliet kwam de klad in het gebruik van griendhout bij de
waterbouw. De griendhakkers bleven weg, de grienden groeiden door
en verwilderden tot de uitgestrekte wilgenbossen van nu.
De Biesbosch is voor en na de afsluiting een eldorado voor vele
vogelsoorten. In een grote vitrine in het museum wordt een overzicht
gegeven van de vele soorten vogels en zoogdieren die in de Biesbosch
voorkwamen.
De Biesbosch is een van de grootste waardevolle natuurgebieden
in ons land en is van internationale betekenis.
In de werkplaatsen van onder meer mandenmaker, kuiper, korvenvlechter
en hoepelmaker is te zien hoe vaardig deze ambachtslieden het
uit de Biesbosch aangeleverde materiaal verwerkten. Ook de visserij,
de waterbouw, de jacht en de stroperij zijn thema´s die
uitvoerig aan bod komen.
De Biesbosch was vroeger een belangrijke leverancier van rijshout.
Dit hout werd om de drie à vier jaar gehakt. De griendwerkers
die dit deden verbleven de hele week in het gebied.
Op de overgang naar de rivieren naar de zee vinden we buitendijkse
grienden. Hoe een griend er uitziet is sterk afhankelijk van het
seizoen.