Voor de echte produktie van wilgenhout wordt geen gebruik gemaakt
van de her en der verspreid staande knotwilg, wat meestal verondersteld
wordt. De knotwilg is ontstaan, zeg maar voor het gemak van de boer:
het zogenaamde boerengeriefhout. Voor grootschalige opbrengst zijn
er grienden die kunnen bestaan uit zowel knotwilg- en teenakkers.
Al in de oudheid was de griendcultuur een belangrijk onderdeel van
de akkerbouw. Met name de wilgentenen waren nodig voor de vele gevlochten
algemene gebruiksartikelen, zoals manden, korven, fuiken, meubelen
en wiegen. Zelfs krijgslieden betraden eertijds het strijdperk met
schilden van gevlochten wilgenteen; soepel, sterk en licht in gewicht.
Ook in ons land worden al eeuwenlang grienden aangeplant en geëxploiteerd
ten behoeve van de vele doeleinden waarvoor het wilgenhout geschikt
is.
Nieuwe ingeplante
griend 4 maanden oud.
Grienden
moeten jaarlijks worden gewied om de voeding in de grond niet aan
andere gewassen te gunnen. Ook dienen grienden jaarlijks gesnoeid
te worden om de sterkste twijgen over te houden en door te laten
groeien. Het snij- en kapwerk moet bij twijg elk jaar gebeuren en
bij hakhout om de 3 of 4 jaar.

Deze griend is in volle groei.
Niet
elke wilg wordt voor alles, waarbij wilgenhout van pas komt, gebruikt.
´Wilg´ is een soortnaam, waarvan vele rassen en kweken
bestaan. Allereerst is er het onderscheid tussen ´wilgen´
en ´worgen´. Wilgentypen hebben smalle balderen en zijn
de gebruiksbomen. Zij onderscheiden zich in zowel boom- als struiksoorten.
De breedbladerige worgen zijn nogal rommelige struiken die voor
menselijke gebruiksdoeleinden geheel ongeschikt zijn. Het meest
algemeen zijn de schietwilg en de kraakwilg, die snel groeien en
een hoogte van rond de 25 meter kunnen bereiken. Eenmaal geknot
worden de takken en twijgen als zogenaamd boerengeriefhout gebruikt.

Groote voorraad
griendhout klaar voor verlading.
Bruikbaar
teenhout voor de mandenmaker levert de knotwilg niet. Dat wordt
verkregen uit de speciaal daarvoor aangelegde snijgrienden. Ook
de knotwilg vult menig griend, maar dan is de bestemming van de
takken het waterwerk, de zinkstukken.

Hoepels.
|