Toepassing: geluidwerende schermen
Zoveel gemak de snelwegen bieden, zoveel bezwaren kleven eraan.
Zo nuttig ze zijn voor de mobiliteit, zo schadelijk zijn ze voor
het landschap en het milieu. En vooral zijn ze hinderlijk voor wat
betreft de geluidsoverlast voor omwonenden. Kilometers geluidsscherm
is al aangebracht van beton of glas. Tegen het lawaai wel effectief,
maar voor het oog nog onvriendelijker. Gelukkig is er naar alternatieven
gezocht. En weer is het de wilg die de helpende hand biedt. Op stalen
golfplaatelementen zijn aan weerszijden wilgestekken (slieten) aangebracht,
die langs de weg in een plantsleuf worden gezet. Spoedig zal het
wilgehout wotel schiten en uitlopen. Als de wortels goed ontwikkeld
zijn, kan het scherm zonder stutten zichzelf staande houden. Afhankelijk
van de omgeving worden behalve de wilg ook andere geschikte boomsoorten
gebruikt, zoals acacia of veldesdoorn.
Zo ontstaan er al op verschillende plaatsen natuurlijke groeischermen
die in elk jaargetijde een passend beeld geven. Een combinatie van
natuur en techniek. Fraai om te zien en goed om er achter te wonen.
Toepassing: bescherming van dijkvoeten en oevers
De deltawerken, wie kent ze niet? Ze zijn niet alleen bekend in
ons land, maar tot ver over de grenzen. Naast molens, klompen,
tulpen en kaas het visitekaartje van Nederland. Een gespecialiseerd
werk met bruggen, sluizen, stormvloedkeringen, gemalen en dijken:
een onvoorstelbaar stuk vakwerk. Voortgekomen uit eeuwenlange
ervaring, opgedaan in de strijd tegen de onbetrouwbare zee. Ter
bescherming van dijkvoeten en oevers zijn de van wilgenhout gevlochten
zinkstukken niet weg te denken. Ondanks de toepassing van moderne
materialen worden de rijsmatten nog altijd gebruikt.
Griendwerker, een vak diep met het bestaan van ons land verbonden.
Toepassing: zinkstukken ter oeverbescherming en dijkverzwaring
Voor men aan de rijsmat, het zinkstuk, kan beginnen, moeten eerst
de nodige ´wiepen´ worden gemaakt. Wiepen zijn lange
rollen van in elkaar gedraaid rijshout met touw omwikkeld. Tegenwoordig
is daar een handige machine voor in bedrijf. Een zinkstuk bestaat
uit twee wiepenroosters, met daartussen verschillende lagen kruislings
over elkaar gelegd los rijshout. Zinkstukken worden altijd langs
de waterkant gemaakt, zo dicht mogelijk bij het uit te voeren
werk.
Zinkstukken worden aangebracht om de onderwatergedeelten van oevers
en dijkvoeten te beschermen en te verstevigen. Dat kan zijn in
binnenwater, langs rivieren en kanalen, maar ook voor de zeekust.
Verder maakt men er graag gebruik van bij de aanleg van bruggen,
sluizen en andere waterwerken. Door stroming aangevoerd zand zal
zich gaan vastzetten tussen het rijshout; de basaltblokken zorgen
voor een stevige deklaag. Vroeger werd in plaats van wiepen gebruik
gemaakt van gevlochten wilgentenen matten, zogenaamde horden.
Er zijn de laatste jaren naast het gebruik van traditionele zinkstukken
methoden ontwikkeld voor dijkverzwaring en oeverbescherming. Meestal
wordt hierbij gebruik gemaakt van enkel kunststof materialen,
verzwaard met steenslag. Onder meer bij de Oosterscheldewerken
zijn er speciale schepen gebouwd om deze moderne matten van enorme
afmetingen te kunnen leggen. Toch gaan ook oude en nieuwe werkwijzen
uitstekend samen. Zo wordt veel gebruik gemaakt van combinaties
van nylondoek, rietmatten en rijshout. De rietmatten zijn tevoren
op nylondoek genaaid en worden aan de rol geleverd. Ter plekke
maken de waterwerkers er met beukp van rijshout-wiepen passende
zinkstukken van.
Rond de eeuwwisseling schakelden veel griendbedrijven over op
het water- en baggerwerk. De overstap was niet groot, omdat deze
elementen nauw met elkaar verwant waren. Wat hetzelfde is gebleven
is het werken in de open lucht, in de natuur en met de natuur,
in samenwerking met eb en vloed, met weer en wind.
Toepassing: oever- en taludbescherming
Een heel ander verhaal is de aanleg van zogenaamde plasbermen.
Dit is een natuurlijke vorm van oever- en taludbescherming. Zo
hier en daar worden wilgenstekken langs de waterkant ingeplant,
die met hun wortels het overland bijeen moeten gaan houden. Aan
de waterzijde van de wilgenbegroeiing zullen, aangeplant of spontaan
groeiend, riet, liesgras en soortgelijke waterplanten opschieten,
terwijl aan de landzijde hoger opgaand geboomte, zoals de snelgroeiende
els, later de es en tragere eik, door hun beschaduwing de wilg
in al te voortvarende groei moeten beperken. Wilgen kunnen zover
over het water groeien dat zij de doorvaart belemmeren.